Onderzoek naar therapeutic touch
Effect
Wat is er voor bewijs voor de effectiviteit van therapeutic touch? De moderne gezondheidszorg vraagt om evidence based practice: (medische) zorg die zoveel mogelijk gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek, zodat je weet of de interventie die je biedt ook echt effectief is. Maar niet voor alles bestaat wetenschappelijk bewijs. Daarom wordt algemeen aanvaard dat de uiteindelijke keuze voor een interventie tot stand zou moeten komen in een wisselwerking tussen:- het best beschikbare (wetenschappelijk) bewijs,
- professionele en persoonlijke kennis en ervaring van de zorgverlener die getoetst en betrouwbaar is bevonden,
- de waarden en voorkeuren van de individuele zorgverlener,
- de kennis en ervaring van de patiënt,
- de waarden en voorkeuren van de patiënt.
- angst (o.a. rondom operaties)
- pijn (o.a. hoofdpijn en pijn bij reumatische aandoeningen)
- onrust (o.a. stress en onrustgedrag bij dementerende ouderen)
Wat wil en kan de zorgverlener?
Driekwart van de Nederlandse verpleegkundigen denkt dat complementaire zorg bijdraagt aan het gevoel van welbevinden bij de patiënt. De helft van de verpleegkundigen zegt zelf een vorm van complementaire zorg toe te passen.In een enquête onder leden van het Nederlands-Belgische TT-Netwerk geeft 64% aan TT op het werk te gebruiken; 39% doet dat soms, 36% wekelijks en 11% zegt het zelfs dagelijks te gebruiken. De beroepsorganisatie van verpleegkundigen en verzorgenden, de V&VN, heeft een apart deskundigheidsdomein voor complementaire zorg. Zij streven naar een duidelijke plek voor complementaire zorg.
En wat wil de patiënt?
Wat de patiënt vindt van complementaire zorg - en TT - die door verpleegkundigen en verzorgenden wordt toegepast is onbekend. We weten wel wat patiënten in het algemeen vinden van complementaire en alternatieve behandelwijzen (CAM).Driekwart van de Nederlanders vindt bijvoorbeeld dat complementaire zorginterventies in het ziekenhuis aangeboden zouden moeten worden. In totaal bezoekt 9% zelf een CAM-therapeut. Van alle kinderen die de kinderarts bezoeken, gaat al een derde (via hun ouders) naar een complementair behandelaar. In de palliatieve zorg maakt naar schatting zelfs 50 à 60% van de patiënten gebruik van complementaire interventies en in de geestelijke gezondheidszorg is het CAM-zorggebruik zo'n 40%.


