1. Is therapeutic touch een alternatieve geneeswijze?
TT is niet een alternatieve geneeswijze maar een vorm van complementaire of aanvullende zorg (CZ). CZ is wel nauw verwant aan complementaire en alternatieve geneeswijzen/medicine (CAM).
Veel vormen van CZ zijn afgeleid van CAM en delen dezelfde uitgangspunten, zoals de holistische benadering. Het werken met kruiden heeft zijn basis in de fytotherapie, het werken met geuren komt voort uit de aromatherapie en therapeutic touch vertoont overeenkomsten met energetische behandelwijzen zoals qi gong uit de Chinese geneeskunde.
Bij CZ, en dus ook bij TT, gaat het niet om genezen of behandelen maar om zorg en ondersteuning. Het is een aanvulling op de standaardzorg.
2. Werkt therapeutic touch alleen als je erin gelooft?
Nee, de praktijk laat zien dat ook baby’s en dieren op TT reageren. Dit wijst er op dat TT mogelijk meer is dan ‘alleen maar’ placebo. Een toelichting op dat zogenaamde placebo effect is hier op zijn plaats.
Voor alle therapieën, regulier of complementair, geldt dat ‘wat er tussen de oren zit’ invloed heeft op je lichaam en daarmee mogelijk ook op het effect van een interventie. Dus het maakt ongetwijfeld uit of een patiënt ervan overtuigd is dat TT hem zal helpen. Uit onderzoek is bekend dat het lichaam reageert op een voorstelling die iemand innerlijk maakt, zowel in negatieve als in positieve zin. Het gaat er dus niet zozeer om of iemand in TT gelooft, maar of hij een positieve verwachting heeft van de interventie.
3. Is therapeutic touch geaccepteerd in de reguliere zorg?
Therapeutic touch is rond 1975 ontwikkeld aan de Universiteit van New York door hoogleraar verpleegkunde Dolores Krieger en Dora Kunz. Zij hebben TT zo opgezet dat elke verpleegkundige of verzorgende het op dezelfde manier kan leren toepassen via een stappenplan met een vaste opbouw. In Nederland verzorgt het Van Praag Instituut de TT-cursussen en leidde inmiddels meer dan 3000 zorgverleners op tot TT-ers.
TT staat als interventie vermeld in het internationale classificatiesysteem van verpleegkundige interventies, de Nursing Interventions Classification (NIC). En ‘energieveldverstoring’ staat als verpleegkundige diagnose vermeld in de North American Nursing Diagnosis Association (NANDA), een classificatiesysteem voor verpleegkundige diagnoses. Om de energieveldverstoring op te heffen wordt therapeutic touch geadviseerd. Ook al is niet iedereen daar even positief over, de beroepsgroep zelf accepteert TT als verpleegkundige interventie.
4. Kun je met therapeutic touch klachten laten verdwijnen?
Allereerst: de term ‘therapeutic touch’ dekt eigenlijk de lading niet. Bij TT hoeft de patiënt niet noodzakelijkerwijs aangeraakt te worden en TT is zeker niet curatief-therapeutisch bedoeld. Toch gebruiken we in Nederland deze benaming, omdat de methode in de internationale literatuur nu eenmaal zo bekend staat.
Klachten kunnen wel verminderen door TT, maar de zorgverlener die TT geeft richt zich niet op de klacht of het symptoom van een patiënt. Zij heeft de intentie om het zelfhelend vermogen te stimuleren. Het effect van TT is vaak dat de patiënt ontspant en ontspanning kan een klacht verzachten of soms laten verdwijnen. De TT-zorgverlener kan de patiënt echter nooit garanderen dat dit inderdaad gebeurt.
5. Kun je met therapeutic touch voelen wat iemand mankeert?
TT bestaat uit vijf stappen. Bij de tweede stap tast de zorgverlener het energieveld van de patiënt af, met de handen langs het gehele lichaam, voor zover mogelijk. De zorgverlener probeert waar te nemen of de energiestroom in en om het lichaam vrij beweegt of dat er ergens stagnaties zijn opgetreden. Dit is te merken aan temperatuurverschillen, drukverschillen of prikkelingen in de handen.
De TT-zorgverlener kan op basis van deze waarneming beslist niet vaststellen wat de patiënt mankeert; zij stelt geen diagnose in medische of psychologische zin. Zij neemt alleen verschillen in de energiestroom waar en koppelt deze niet aan lichamelijke of psychische klachten.
Bij TT wordt niet lang stilgestaan bij deze tweede stap. Het aftasten is alleen bedoeld om een indruk te krijgen van de energiestroom, zodat de volgende stap – het harmoniseren van het energieveld – goed uitgevoerd kan worden. Maar ook als de zorgverlener bij het aftasten niets voelt, kan de derde stap gezet worden. TT is zo ontwikkeld dat iedere verpleegkundige of verzorgende het kan toepassen, of ze nu wel of niet ‘iets’ voelt.
6. Past therapeutic touch binnen het christelijk geloof?
Sommige mensen associëren TT met verborgen, occulte krachten waar de mens zich niet mee in zou moeten laten. Het waarnemen van het energieveld en het strijken langs het lichaam zonder het aan te raken lijken magische, bovennatuurlijke zaken, die sommige christenen tot het terrein van de duivel rekenen. Handoplegging is in het christendom weliswaar toegestaan, maar alleen als daarbij tot Christus gebeden wordt. Dat gebeurt niet bij TT, maar compassie en liefde zijn wel belangrijke elementen in de methode. Veel zorgverleners zien TT daarom als een aanvulling op hun christelijk geloof. Zij zien geen enkel bezwaar in het begeleiden van patiënten vanuit je eigen centrum van innerlijke rust. Voor sommigen heeft de eerste stap van TT, het centeren, zelfs enige overeenkomst met het gebed.
Of iemand TT al dan niet strijdig vindt met het christelijk geloof hangt dus sterk af van het individu en de bijbelteksten en ervaringen waarop hij of zij zich baseert. Hoe dan ook, het is duidelijk dat TT zijn wortels niet in het christendom heeft, maar eerder in het Chinese of Indiase denken en dat maakt het voor sommigen moeilijk te begrijpen.
Krieger en Kunz hebben TT altijd los van welke religie dan ook gezien; zij verwachten van zorgverleners die TT willen leren alleen dat zij een diep verlangen koesteren om zieke mensen te helpen.
Patiënten die om religieuze redenen geen TT willen ontvangen, moeten uiteraard altijd in hun keuze gerespecteerd worden. Dat geldt ook voor de zorgverlener die om dezelfde reden geen TT wil toepassen. Tegelijkertijd mag van deze zorgverlener ook verwacht worden dat zij collega’s die TT wel toepassen daarin vrij laat, als dit de keuze van de zorginstelling is.
7. Is therapeutic touch een vorm van paranormale therapie, zoals magnetiseren?
Nee, want ook al is TT een energetische behandelwijze, het is geen therapie. TT is een eenvoudige verpleegkundige interventie die gericht is op het bevorderen van ontspanning en welbevinden en niet op genezing als zodanig. Bovendien heeft de TT-beoefenaar geen paranormale vermogens nodig. Therapeutic touch is een systematische methode die uit vijf stappen bestaat die iedereen kan leren.
Als de mens ook uit energie bestaat, zoals een aanname bij TT luidt, dan is het logisch te veronderstellen dat die energie op de een of andere manier waarneembaar en beïnvloedbaar is. Daarvoor moeten misschien wel nieuwe vaardigheden en technieken ontwikkeld en aangeleerd worden, maar bijzondere vermogens zijn er in principe niet voor nodig.
8. Heeft therapeutic touch wel zin als het energieveld nooit is aangetoond?
Het is inderdaad waar dat er tot nu toe geen wetenschappelijk bewijs is voor het bestaan van een menselijk energieveld, zoals aangenomen wordt bij TT. Om op grond daarvan te beweren dat TT geen nut heeft, voert echter te ver. Van veel therapieën en middelen is niet precies bekend hoe ze werken en toch blijken ze effect te hebben.
Om TT verantwoord te kunnen toepassen is het dus van belang om te kijken of het werkt. En dat kan alleen door onderzoek te doen naar de effecten ervan. Dit onderzoek vindt plaats en er zijn inmiddels meer dan 50 effectstudies. De resultaten laten zien dat TT een volledig veilige interventie is, die bij bepaalde klachten effectief kan zijn.
Bovendien: het ontbreken van wetenschappelijk bewijs voor het energieveld betekent niet dat dit veld niet bestaat. Er is niet of nauwelijks onderzoek naar gedaan. In de heersende bio-medische mensvisie is geen plek voor het energetisch aspect, waardoor het ook niet binnen het gezichtsveld van onderzoekers en financiers van onderzoek ligt.
9. Is therapeutic touch net zoiets als reiki?
De oude geneeskunst van reiki werd in het midden van de negentiende eeuw in Japan herontdekt door Dr. Mikao Usui. Bij het bestuderen van Buddhi-sutra’s in het sanskriet vond hij enkele symbolen, die hem antwoord zouden geven op de vraag hoe Jezus zijn wonderen had verricht. Usui mediteerde eenentwintig dagen op de heilige berg Kuriyama en op de laatste dag werd zijn voorhoofd geraakt door een licht. Vanaf dat moment was hij genezer en leraar.
De kennis van reiki en de gevonden symbolen worden sindsdien binnen de reiki-traditie doorgegeven van meester op leerling. Tijdens een inwijdingsritueel opent de master het 'reiki-kanaal' van de leerling, waarna deze de rest van zijn leven de reiki-energie aan zijn medemens kan doorgeven. Een volledige reikibehandeling duurt 45–60 minuten.
TT en reiki zijn beide eenvoudige energetische interventies, die vermoedelijk met dezelfde energie werken met vermoedelijk ongeveer dezelfde effecten. Maar naast deze overeenkomsten zijn er ook verschillen. Een inwijding is bij TT niet nodig, de zorgverlener kan de methode gewoon systematisch leren. Een TT behandeling kan in ongeveer tien minuten gegeven worden. Bij reiki ligt het accent meer op het geven van energie, bij TT meer op het in evenwicht brengen van de energie. Bij reiki wordt vooral op het lichaam behandeld, bij TT zowel op als rondom het lichaam.
Om al deze redenen heeft reiki nooit echt een plek verworven binnen de professionele zorg en TT wel. In de praktijk kunnen TT en reiki elkaar goed aanvullen en dat gebeurt dan ook. Veel reiki-practitioners gaan uiteindelijk een TT-cursus doen en omgekeerd zijn er ook TT'ers die een reiki-cursus volgen.