Complementaire zorg en de zorgverlener
Zorgverleners hebben een bijzonder beroep. Aandacht geven, optimale zorgkwaliteit bieden, en dat elke dag weer – het vraagt een bewuste beroepshouding. Bij complementaire zorg geldt deze houding als uitgangspunt.
De complementaire zorgverlener staat stil bij zichzelf. Zij zet zichzelf als ‘hele’ mens in en heeft daarmee invloed op de kwaliteit van de relatie met de zorgvrager. Wie ben ik? Hoe sta ik in deze relatie? Wat is mijn intentie? Het zijn vragen die de zorgverlener helpen als mens, binnen haar beroep, zo goed mogelijk verbinding te maken met de ander en ook met zichzelf.
Centeren
Hulpmiddel daarbij is het centeren, het richten van de aandacht in het moment. En het betekent ook: zorgen voor jezelf. Zorgen voor jezelf op lichamelijk en geestelijk gebied is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen zorgen voor anderen. Het betekent immers dat de zorgverlener zichzelf serieus neemt en dat zij zichzelf in de optimale conditie brengt om de relatie met een ander, die zorg nodig heeft, aan te gaan.Aanwezig zijn
Het centeren brengt kwaliteiten als empathie (het inleven in de ander) en intuïtie (het aanvoelen van de behoeften van de ander) naar boven. De zorgverlener is werkelijk aanwezig en stelt zich open voor de zorgvrager. Als de zorgvrager deze fundamentele betrokkenheid ervaart, opent hij zich ook voor de zorgverlener. De relatie tussen beiden verdiept zich en krijgt een helende werking.Verbondenheid
Complementaire zorg heeft daarom niet alleen een positief effect op de zorgvrager. Ook de zorgverlener kan er door veranderen. De verbondenheid van mens tot mens maakt dat veel zorgverleners zichzelf en de ander als deel van een groter geheel ervaren. Deze beleving raakt aan een gevoel van zin en richting in het leven, en wordt vaak in een adem genoemd met spiritualiteit.
GEWIJZIGD OP 29 OKTOBER 2011

